Teleurstellende antwoorden op vragen van Burgerpartij De Fryske Marren

Geacht College van B&W, 

Eerder zijn er vragen ontstaan rondom de kwestie of het aan de Gemeente is om het vrij te laten eigen vermogen mag meetellen/meenemen (gehalveerd of geheel) als voorwaarde om voor een minimaregeling in aanmerking te komen. Bij navraag bij het Ministerie van Sociale zekerheid en werkgelegenheid kregen wij de volgende informatie toegezonden. 

De Gemeente mag het vrij te laten bedrag eigen vermogen niet gebruiken noch halveren als voorwaarde om voor de minimaregeling in aanmerking te komen. Het heet niet voor niets vrij te laten bedrag. Daarnaast stellen zij ook het volgende:  

1. De Gemeente mag het bedrag ook niet voor de helft laten meetellen als voorwaarde om voor de minimaregeling in aanmerking te komen, ongeacht gezinssamenstelling. 

2. De Gemeente mag ook niet eisen dat je maar de helft van het oorspronkelijke vrij te laten bedrag mag bezitten om voor de minimaregeling in aanmerking te komen, ongeacht gezinssamenstelling. Dit omdat het schuldenbemoedigend en benadeling betreft. 

Dan kan de Burgerpartij De Fryske Marren niet anders concluderen dat het besluit is op onjuiste informatie en handelen in Juni 2021 is besloten. Besluit is volgens de AbW genomen die tegenwoordig PWU heet, maar in de wet als zijnde AbW is vastgelegd. Tevens betekent dit dat de 700 gezinnen na maanden wachten, onjuiste informatie hebben voorgelegd gekregen via de website. Daarom wellicht door de gestelde onjuiste voorwaarden niet van gelden gebruik hebben kunnen maken waar wij/zij weldegelijk recht op hebben. Er is dus ook sprake van benadeling en geleden schade. 

Onze vragen aan het College van B&W zijn dan ook als volgt:
1 – Hoeveel gezinnen hebben er volgens het College extra gelden ontzegd gekregen door het eerdere besluit
2 – Heeft het College inzichtelijk hoeveel mensen op basis van de nieuwe regels (onterecht) nu geen aanvraag hebben ingevuld?
3 – Is het College voornemens deze regeling per direct af te schaffen en aan te passen?
4 – Is het College voornemens deze benadeelde personen ook te gaan compenseren? 

Dan is er nog een kwestie. Vanuit de overheid krijgt onze gemeente dit jaar een bedrag van in totaal €500.000,- per jaar voor de minima regeling toegewezen. Dit wordt verdeeld over 2 verschillende groepen. Namelijk €350.000,- voor gezinnen met kinderen en de overige €150.000,- voor alleenstaanden. De uitkering van de gemeente is vastgesteld op €190,- echter is daar €50,- van gereserveerd voor een bibliotheek pas. Netto blijft er dan €140,- over voor de regeling per gezin. 

Als wij de rekensom maken van €500.000,- gedeeld door 700 gezinnen komen wij uit op een bedrag van €714,29 per gezin. Dat is een verschil van €524,29. 

– Kan het College aangeven hoe dit verschil is ontstaan?
– Kan het College aangeven waar de ontbrekende gelden voor zijn gebruikt?
– Komt het verschil in bedragen wel ten goede van de minima (regeling)
– Waarom zijn de bedragen die beschikbaar zijn gesteld evenredig verdeeld? (Denk daarbij aan
  alleenstaande met kinderen en alleenstaande zonder kinderen.
– Is het College voornemens de betreffende inwoners te compenseren?
– Is het College het met ons eens dat dit besluit onmiddellijk te herroepen en de raad haar eerdere
  besluit in te trekken en per direct als bespreekstuk op de agenda te zetten? 

Wij zien de beantwoording van het College graag tegemoet. Wellicht is het ten overvloede te vragen om haast bij de beantwoording te vragen. 

Met vriendelijke groet,
Gerard ten Boom
Burgerpartij De Fryske Marren

———————————————————————————————————————————–

Antwoord van de gemeente:

Hierbij stuur ik u de beantwoording de gemeente naar aanleiding van de door u gestelde technische vragen over het minimabeleid.

Uw vragen vloeien voort uit twee veronderstellingen. Hieronder geven wij een korte en algemene toelichting op die veronderstellingen. 

  1. De Gemeente mag het vrij te laten bedrag eigen vermogen niet gebruiken noch halveren als voorwaarde om voor de minimaregeling in aanmerking te komen.

Ons minimabeleid is gebaseerd op de Gemeentewet en niet op de Participatiewet. Aan gemeenten komt beleidsvrijheid toe hoe het minimabeleid in te vullen. Dat kan onder meer door het verstrekken van stadspassen, kwijtschelden van gemeentelijke belastingen, het faciliteren van een Voedselbank enzovoorts.

Minimaregelingen in de beleidsregels gelden als buitenwettelijk begunstigend beleid. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat het beleid als gegeven wordt aanvaard en dat door de bestuursrechter slechts wordt getoetst of het bestuursorgaan het beleid op consistente wijze heeft toegepast. Dat doen wij. Het voorgaande maakt dat de beantwoording van de verdere vragen op dit onderdeel niet aan de orde is. 

  1. Vanuit de overheid krijgt onze gemeente dit jaar een bedrag van in totaal €500.000,- per jaar voor de minima regeling toegewezen.

Uw verwijzing naar nog te ontvangen rijksmiddelen voor de minima regeling en de uitsplitsing voor gezinnen met kinderen en alleenstaanden kunnen wij niet duiden. Mogelijk wilt u de bron aangeven van deze informatie?

In voorgaande jaren is door de raad na toevoeging van de zogenaamde Klijnsmagelden, een structureel een bedrag van €300.000,- beschikbaar gesteld. Dit wordt vanaf 2017 als subsidie beschikbaar gesteld aan de uitvoerende organisaties van het Kindpakket (nu Sam&). Voor de uitvoering van het minimabeleid, voor inwoners van 18 jaar en ouder heeft de raad een bedrag van €150.000,- in de begroting 2021 opgenomen.

Hartelijke groet,

———————————————————————————————————————————-

Maar we zijn er nog niet
Wordt vervolgt!